Erotisch Sprookje Erotisch Sprookje
Erotisch Sprookje — Verhaaltjes voor volwassenen voor het slapen gaan
Log nu in en deel jouw erotische fantasieen met anderen!

Big Bad Wolf

Erotisch sprookje.
Beoordeel dit sprookje
(1 stem, 940 lezers)
Meld misbruik

‘Ik ben niet bang…ik ben niet bang’, bibbert Rood terwijl ze de kap van haar rode mantel op haar hoofd zet.

 De schemering zet zich in en de lucht wordt koeler.  Takjes breken onder haar zachte schoentjes terwijl ze een weg tussen de bomen zoekt. Ze liep al uren verdwaalt rond.  

Die bloemen aan de andere kant van de rivier waren zo mooi en Rood wist zeker dat grootmoeder er ontzettend blij mee zou zijn. Maar wat zal ze nu ongerust zijn.  Moeder had haar nog zo gezegd niet van het pad af te gaan.
Dan tussen de naaldbomen in, ziet ze ineens iets wat op een pad lijkt. Opgelucht loopt ze er naartoe maar na enkele passen stopt ze abrupt. Het is wel erg donker daaronder die naaldbomen. En dit stuk van het bos kwam haar ook helemaal niet bekend voor. Achter haar klinkt het doorbreken van een tak.
Geschrokken kijkt ze om. ‘Hallo? Is daar iemand? Enkele vogels schieten alarmerend van de takken maar verder blijft het stil.
Rood tuurt tussen de bomen maar ziet niemand. Het akelige gevoel van bekeken worden bekruipt haar.    Snel loopt ze verder, dieper het bos in. Vreemde schaduwen, rare geluiden. Ze achtervolgen haar met iedere stap. Het pad kronkelt door een bed van naalden en afgebroken takken.
Rood staat even stil als het pad zich in tweeën splitst.  Beide kanten brengen haar dieper in het bos in. Uiteindelijk kiest ze voor het meest rechtse pad. Achter haar klinkt een lage grom. Haar hart slaat over en het zweet breekt haar uit. Had ze dat nou goed gehoord? Zou dat… de grote boze Wolf zijn..?
Zonder om te kijken zet Rood het op een rennen. Zware voetstappen achtervolgen haar en ze rent en rent totdat ze plotseling onder naaldbomen vandaan. Ze staat op groot breed pad dat over een heuvel leidt. Gelukkig die heuvel kende ze, niet ver meer en dan kwam ze de rivier tegen die naar haar dorp loopt.    

Nahijgend bekijkt ze het donkere pad waar ze vandaan kwam. Geen voetstappen, behalve die van haarzelf,  in de modder. Niemand die haar achtervolgd.

Rood blaast een lange adem uit van opluchting en sluit haar ogen. ‘Ik ben niet bang voor de boze Wolf,’ zegt ze tegen zichzelf. Er waait een briesje door de bladeren van de bomen en struiken en ze huivert. Ze klemt haar handen stevig om haar mandje maar draait zich dan vastbesloten om.    

Dan kijkt ze regelrecht in de goudgele ogen van de Wolf. Hij torent boven haar uit en bekijkt haar met  een sluwe grijns  

Haar lichaam schokt van angst. Ze wil gillen maar er komt geen geluid uit haar keel. Weifelend zet ze een paar stappen achteruit.

De Wolf zet langzaam een stap naar haar toe en buigt zijn kop naar voren. ‘Vlucht meisje’, gromt hij dreigend.

Rood bedenkt zich geen moment en rent zo snel mogelijk van de wolf. Ze rent het pad terug onder de naaldbomen maar het is inmiddels zo donker dat ze niet goed meer kan zien hoe het pad verder gaat. Takken schrapen langs haar af maar Rood worstelt zich er doorheen.

Achter haar lacht de Wolf. ‘Ik..ga..je…pakken’.

Zijn stem klinkt akelig dichtbij. In een reflex kijkt ze over haar schouder maar daardoor ziet ze de uitstekende boomwortels niet. Met een flinke smak valt ze languit op de grond. Haar mandje rolt voor haar uit en de koekjes en bloemen liggen overal verspreid.

Een paar minuten blijft ze geschrokken liggen en wacht totdat de Wolf bovenop haar springt en haar aan stukken zal scheuren.   

Als ze beseft dat hij dat niet doet staat ze op en wankelt naar haar mandje. Snel stopt ze alles weer in haar mandje en kijkt ze om zich heen.  Ze ziet en hoort de Wolf niet. In de verte ziet ze wel een open stuk met gras.  Schichtig gaat ze erheen. Pijn schuurt over haar lichaam en de tranen wellen op.  Ze snikt luid. 

Nog voor ze een stap op het gras zet hoort ze de stem van de Wolf. 

‘Arm meisje, was je gevallen?’ Hij klinkt niet onaardig maar Rood is meteen weer op haar hoede. 

‘Ik-ik ben.. niet… bang,’ piept het uit haar mond. Zover ze kan kijken zoekt ze hem rond het veld maar ziet hem niet. Ze draait zich om en loopt al zoekend achteruit. ‘Ik ben niet bang!’ roept ze om zichzelf te overtuigen.    

‘Ohnee?’ klinkt de zware stem van de Wolf plots achter haar.

Rood schrikt zo erg dat ze over haar eigen voeten struikelt terwijl ze om wil draaien en weg wil lopen te gelijk.  Ze valt en beland haar rug.

De Wolf loopt zelfverzekerd naar haar toe. Hij zet een poot naast iedere schouder en gaat over haar heen staan. 

Rood voelt zijn ademhaling dicht bij haar oor.

‘Ik heb je,’ fluistert hij geamuseerd. Hij opent zijn bek en laat zijn tanden zien.  

De overgave overspoelt haar en automatisch kantelt ze haar hoofd zodat haar nek goed zichtbaar is. ‘Eet me maar op, ik ben niet meer bang’. Haar lichaam rilt maar toch ontspant ze zich. Dit was het dan beseft ze.  

De Wolf hapt behoedzaam in haar nekvel en snuift haar geur op.

De tintelingen schieten over haar lichaam.

Hij laat haar los. ‘Opeten?’ zegt de Wolf ineens opgewekt spottend. Hij komt overeind.  ‘Maar er zijn zoveel leukere dingen met jou te doen’.Het hartje van Rood schiet weer omhoog. ‘W-wat wil je dan met me doen?’ stamelt ze verward. De Wolf snuift nog een keer in haar richting. ‘Je ruikt wel erg lekker’, zegt hij terwijl hij waakzaam een rondje om haar heen loopt. ‘Maar je gaat me niet opeten?’ vraagt Rood hoopvol. De Wolf blijft om haar heen lopen en bekijkt haar van top tot teen.  ‘Nouja nu ik je beter bekijk zie ik dat je eigenlijk wel erg klein bent. En zo `n klein meisje stop ik natuurlijk makkelijk in een holle kies’.  Rood wist niet wat ze moest denken. Ging hij haar nu wel of niet opeten? ‘Ik ben niet klein, jij bent erg groot’, zegt ze dapper.
Op nog geen halve meter blijft de Wolf voor haar staan. ‘Laat me eens zien hoe groot jij bent dan. Kom staan en maak je manteltje los’. Zonder twijfel doet Rood wat hij vraagt.  Zelfs nu ze voor hem stond moest ze omhoog kijken.  
De Wolf schud traag zijn kop. ‘Ik zie nog steeds een klein meisje. Rood balt haar vuisten. ‘Ik ben niet klein,’ zegt ze nog een keer. De Wolf doet alsof hij nadenkt. Even trekken zijn mondhoeken omhoog.  ‘Overtuig me dan maar eens wat meer. Trek je jurkje uit’. Rood doet een stap achteruit.
De Wolf blijft staan en kijkt haar indringend aan.
Niet goed wetend wat ze anders moet doen maakt ze langzaam de knoopjes aan de voorkant van haar jurk los.  De koele lucht streelt tussen haar borsten en blote buik.
 ‘Trek uit,’ beveelt de Wolf als ze hem twijfelend aankijkt bij het laatste knoopje.
Rood trekt haar jurkje uit. De witte stof valt gewaaierd om haar heen op het gras. 
De Wolf bekijkt haar aandachtig en loopt langzaam heen en weer. ‘Ja, je zou wel eens gelijk kunnen hebben. Maar ik weet het nog niet zeker’. Rood`s angst maakte plaats voor nieuwsgierigheid en opwinding. Haar tepels steken in de lucht. ‘Hoe ga je me nog meer overtuigen?’ vraagt de Wolf. Hij zet een paar stappen van haar vandaan zonder haar ogen los te laten.
Haar hand glijd haast vanzelf over haar witte kanten onderbroekje.
‘Ja, trek die ook maar uit,’ zegt de Wolf zonder dat Rood iets had gezegd.
En zo stond ze naakt voor een grote donkere Wolf en keek diep in zijn hongerige ogen.
Ze was niet bang, ze voelde geen schaamte. Ze wilde hem aanraken, zijn warme vacht tegen haar zachte naakte huid.

De Wolf doet resoluut een stap achteruit als ze met uitgestoken hand een stap naar hem toe loopt.

Al grommend laat hij zijn witte tanden zien . ‘Ga liggen op je manteltje’, sist hij tussen zijn tanden door.   (einde deel 1)

Erotisch Sprookje — Verhaaltjes voor volwassenen voor het slapen gaan Meer over Erotisch Sprookje Privacybeleid en Copyright